Laureaat 2013

ann

 

De dertiende

‘Orde van de Gentse Draak’

wordt  dit jaar  overhandigd  aan

 An De  Moor

 

 

Wij prijzen haar inzet voor meer taalzorg, meer taalfierheid en meer taalwaakzaamheid

An De Moor, getogen in Gentbrugge, werd door haar ouders grootgebracht met paplepels vol ‘Vlaamse Beweging’.

 

Reeds in haar studententijd aan de UGent  was ze actief als praeses van Germania, de fakulteitskring Germaanse Filologie, lid van het Fakulteitenkonvent en de Onderwijsraad Germaanse filologie.

Wanneer professor Ada Deprez haar in 1984 uitnodigde om in het bestuur van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV) te komen, moest ze geen twee keer nadenken.

 

Haar rijkgevuld beroepsleven vermeldt talrijke opdrachten als lesgever Nederlands aan Waalse jongeren, lessen Nederlands en Engels in Gentse scholen en in Bornem.

Zij was directeur a.i. van het Sint-Jozefscollege, Aalst.

Ruim drie jaar was zij Raadgever Buitenlands Beleid en Communicatie van Vlaams minister Geert Bourgeois.

Reeds 5 jaar is ze Taalbeleidcoördinator in HUB-KAHO (Hogeschool Universiteit Brussel & Katholieke Hogeschool Sint-Lieven) en  Coördinator internationalisering KAHO (Sint-Lieven).

 

Sinds bijna 10 jaar is zij voorzitter van de vzw 11-daagse Vlaanderen Feest en van de vzw Beweging Vlaanderen-Europa.  Hier timmert ze met haar ploeg enthousiaste medewerkers voortdurend aan de weg.

 

Verder was en is An De Moor bijzonder actief bij heel wat verenigingen zoals het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV), de Orde van den Prince, Athena, het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN), bestuurslid van het  Verbond der Vlaamse Academici Werkgroep Taal en Onderwijs (VVA) en nog tal van andere organisaties.

 

Zij is tevens bestuurder van de Stichting Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam.

 Als organisator, coördinator, publicist en spreker wordt zij alom geprezen

Het rijkgevulde en drukke leven van An De Moor op één bladzijde samenvatten is een onmogelijke opdracht. Wij beperken ons dan ook noodgedwongen tot enkele aspecten.

Wij citeren hierna uit een recent interview verschenen in het tijdschrift van het Forum van Vlaamse Vrouwen (FVV).

 

Haar invulling van ‘ Vlaams bewegen’ de dag van vandaag.

 

An: Als voorzitter van de 11-daagse Vlaanderen Feest en van de Beweging Vlaanderen-Europa probeer ik ook bij Jan-met-de-pet enige Vlaamse fierheid op te wekken. Dat doen wij door zoveel mogelijk buren- en verenigingsfeesten naast gemeentelijke activiteiten n.a.v. onze Vlaamse feestdag, mee te ondersteunen. We stellen daarvoor materiaal ter beschikking zoals Vlaamse leeuwenvlaggen en Vlaanderen Feest-vlaggen, al was het maar om die schroom, en bij sommigen afkeer, van het woord ‘Vlaanderen’ af te leren.

Daarnaast streef ik ernaar om zoveel mogelijk samen te werken met andere verenigingen en genootschappen.

 

Haar mening over het al dan niet hanteren van algemeen Nederlands versus verkavelingvlaams.

 

An:  Ik voer al jaren een strijd tegen het arme verkavingelingsvlaams, zowel professioneel als buiten mijn werkuren. In een aantal lerarenopleidingen zijn sommige ‘progressievelingen’ van plan om de tussentaal als voertaal in het gesproken en geschreven taalgebruik te aanvaarden. Ik vraag hen: “Waar, beste hoogleraren, is uw taaltrots als u uitlatingen aanvaardt en wil begrijpen zoals: “Weette? Ik denk ekik da’m da ni goe versta”.

U geeft daarmee toe aan een niet onschuldige taalontwikkeling die diverse bevolkingslagen overslaat en misprijst. U geeft daarmee toe aan een gebrek aan respect voor uw moedertaal.

 

Daarom deze oproep voor steun om op te komen voor een degelijk cultuurtaalbeleid. Zodat Nederlandse en Vlaamse tv-programma’s niet meer ondertiteld moeten worden, zodat programmamakers bewust aandacht besteden aan de taal van hun acteurs.

 

Haar actieve strijd tegen de verengelsing van het hoger onderwijs. Het gevecht van Don Quichote?

 

An: We leven in een sterk verengelste maatschappij, een modefenomeen volgens mij. Niet teveel aan toegeven, zou ik zeggen, zonder in Don Quichotegevechten terecht te komen. Maar laten we vooral de voeten op de grond houden en verder werken aan Vlaamse publieksdiplomatie en kwaliteitsvol onderwijs. Ik ben niet pessimistisch.

In juli 2012 keurde de Vlaamse regering een decreet goed rond de talenregeling in het hoger onderwijs. Zo moeten docenten die lesgeven in het Engels verplicht een C1-taalcertificaat hebben. Schitterend vind ik dat.

Willen we buitenlandse studenten en hoogleraren aantrekken om ons hoger onderwijs te verrijken en om onze interculturele kennis aan te scherpen, dan zullen we kwaliteitsvol Engels moeten aanbieden. Moeten we daarom onze Noorderburen na-apen die in de les onmiddellijk naar het Engels overschakelen als er nog maar één buitenlandse student zit?

Ik heb studenten die ijverig Zweeds, Deens, Spaans, Portugees leren om in het land van oorsprong aan de universiteit de lessen te kunnen volgen. En is ons Nederlands niet een prachtige taal, gesproken door 23 miljoen mensen wereldwijd?

 

En An beëindigt dit vraaggesprek met volgende bedenking:

 

Ik heb het grote geluk mijn passies zowel op professioneel vlak als tijdens mijn vrije tijd te kunnen combineren. Als coördinator internationalisering en als taalbeleidcoördinator van een Vlaamse hoger onderwijsinstelling moet ik zowel aan Vlaamse publieksdiplomatie doen als collega’s en docenten oproepen tot meer taalzorg, meer taalfierheid en meer taalwaakzaamheid